Micheal Kiwanuka zingt 'black man in a white white world' maar wij mochten de afgelopen dagen het omgekeerde ervaren. In Senegal had ik al ervaren hoe het bij sommige mannen moeilijk ligt om met een jonge vrouw samen te werken, maar Zuid-Afrika is een ander land met andere gevoeligheden. We, Marie en ik, zijn nu een tiental dagen aan het werk op de boerderij. Naast ons werken hier nog drie mensen: Olpha is de meid, Spha en Nathi verzorgen de paarden, gidsen, doen allerlei klusjes. Karl had ons al verteld dat Zulu's niet luisteren naar vrouwen en dat we niet eens moesten proberen hen aan het werk te krijgen. De eerste week verliep alles echter uitermate vlot; we werkten aangenaam samen en merkten dat we elkaar respecteerden. We waren dan ook erg trots op de manier waarop we hier de boel runnen.
Gisteren was de boerderij echter opgesplitst in twee kampen; de Europeanen en de Zulu's. Wij spraken Frans en zij Zulu, waardoor de kloof enkel vergrootte. De hele dag werd er amper gesproken met elkaar en de blikken die werden uitgewisseld hielden een te snijden spanning in. Elk gebaar leek een provocatie te zijn, een uiting van macht over ons. We voelden ons in het nauw gedreven en wisten niet hoe we met de situatie om moesten. Eerst probeerden we de zachte manier; we vroegen wat de plannen waren voor de dag. Niets. De iets hardere aanpak had als gevolg dat er íets werd gedaan maar niet samen. Tegen elkaar. Het is vervelend om als blanke het juiste evenwicht te vinden; je wil de ander als gelijke behandelen maar je vervalt snel in het klassieke patroon van orders geven en je als meerdere op te stellen. Terwijl Spha en Nathi veel meer ervaring hebben met de paarden, hebben zij niet het mandaat om hun zin te doen, wij wel. Pas toen in de namiddag de dierenarts kwam om Khaya, een van de paarden, te verzorgen ontdooide de sfeer. De dierenarts, een symbolisch figuur - oude, blanke man die Zulu sprak en kwam voor wat het witte en het zwarte kamp verenigt: de paarden. Onbewust trad hij op als bemiddelaar. 'S avonds spraken we Nathi nog over de dag. Hij vertelde over zijn achtergrond; opgegroeid op een witte boerderij als eigendom van de werkgever. Zowel hij als Spha kwamen al meermaals in aanraking met geweld, hebben al meermaals gevreesd voor hun leven. En dat leven lijkt veel minder waard dan dat van ons. Zij weten dat ze vroeg of laat een kogel door hun lijf krijgen, of in Nathi's geval sterven aan de gevolgen van AIDS. En wij maar bezorgd zijn over het feit dat onze samenwerking niet verliep zoals wij wouden.
Zuid-Afrika is een land van extremen. Opgesplitst tussen zwart en blank. Samenleving kan je het niet noemen - je merkt al snel of je in een blanke of zwarte plaats bent en je weet wanneer je beter door rijdt naar de volgende winkel. Ik check en dubbel check of mijn deuren zeker op slot zijn en voel me ongemakkelijk. Lifters, doorgaans zwarten, laten hun duim naar beneden vanaf ze zien dat er een blanke achter het stuur zit. Winkelbedienden, doorgaans zwarten, bedienen je nors en zonder je aan te kijken, terwijl ze met de vorige (zwarte) klant nog vrolijk zaten praten en lachen. Waar ik in Senegal na een maand het verschil in huidskleur niet meer zag, word ik hier elke dag gewezen op de verschillen. Kwazulu-Natal is net ook wel de provincie waar veel boeren woonden en er volgens mij heel wat littekens van apartheid in het collectieve geheugen zijn gebrand. Maar dat geldt voor het hele land, waarschijnlijk. En dan denk ik: gaan we een nieuwe apartheid tegemoet met Trump als president? Kijk dan toch wat het met dit land heeft gedaan: 22 jaar na de opheffing kan er nog steeds niet samengeleefd worden.
Zuid-Afrika is een land van extremen, ook weerkundig. Na drie jaar droogte, is het eindelijk aan het regenen met overstromingen als gevolg. De ene dag moeten we extra water oppompen omdat de watertank leeg is, de volgende dag geraak je niet weg omdat de rivier overstroomd is. Na de storm van vorige week vrijdag waren de elektriciteitspalen uit de grond gerukt. Ondertussen geraken ze stilaan hersteld - op z'n Afrikaans uiteraard. Klaar om de volgende storm te trotseren en ongetwijfeld opnieuw hersteld te moeten worden. Want storm, dat is hier niet van de poes. Dat is paarse bliksem die recht naar beneden schiet en het hele landschap verlicht, begeleid door een oorverdovende donder die door de bergen lang nazindert. En regen is hier niet van die miezerige, Belgische regen. Dat is een wolk die openbreekt en de rieten daken op de proef stelt. Op een paar minuten tijd kan het hier plots veranderen van een helderblauwe in een donkergrijze hemel, van 30° zakken naar 15°, van zon naar storm.
Zuid-Afrika is een land van verrassingen. Elke dag opnieuw is anders, zelfs hier in de routine van het boerderijleven.
dinsdag 15 november 2016
vrijdag 4 november 2016
De avonturen van Dutchie en Desmond
4000 rpm. Dat gaf Desmond geregeld aan op de Afrikaanse wegen en zo gingen ook de voorbije tien dagen voorbij. Na mijn solitaire avonturen in de canyon adopteerde ik twee Nederlandse meiden. Ik gaf ze onderdak in mijn hutje in Kruger en dat werd het begin van vriendschap en 10 dagen samen reizen. Kruger was droog, doods, lelijk. Maar wij als gouden spotterstrio slaagden erin om de big five meermaals op één dag te spotten. Als kleine kinderen joelden we telkens we een dier zagen, we parkeerden Desmond in een positie voor het beste zicht en de mooiste foto's. Ik heb me uitgeleefd met die camera!
Omdat Jamie Lee en Isabelle dezelfde plannen hadden, besloten we om samen verder te gaan. Met twee auto's weliswaar; Desmond en Dutchie. Na Kruger reden we zij aan zij door naar Swaziland waar we nog meer planteneters spotten. Hier mochten we wel gewoon wandelen dus trokken we 's morgens onze trekkies aan en stapten we de zebra's en pumba's tegemoet. Swaziland was alvast een pak groener en heuveligachtiger en we genoten van een stevige wandeling onder de hete zon.
Deze zon gaf ons hoop op een heerlijk relaxed dagje St Lucia; zon, zee en zwembad. Onderweg kwamen we echter al in een onweer terecht en eens aangekomen was het koud en nat. Na regen komt zonneschijn, maar niet in St Lucia. Ook de volgende dag konden we niet rekenen op strandweer dus maakten we maar een boottocht op het meer tussen de nijlpaarden en enkele krokodillen.
Jamie Lee en Isabelle hadden enkele tips meegekregen om dingen te doen en te bezoeken. Een daarvan was het oudste wildpark van Zuid-Afrika waar we hoopten nog een jachtluipaard en een leeuw van dichterbij te spotten. Na een uur kwamen we uit aan de andere kant van het park, niets gezien. Het was het foute park. In allerijl nog naar het juiste gereden maar onze magie zat niet goed en we zagen niet meer dan nóg meer olifanten, giraffen, zebra's, neushoorns (hoezo, uitstervende diersoort?!), impala's en kudu's. We hadden nog een hele rit naar Durban voor de boeg dus moesten we de teleurstelling verdragen en vaart zetten. Onderweg naar Durban trotseerden we nog meer noodweer; je zag geen meter voor ogen. Dat terwijl de Afrikanen maar klagen over aanhoudende droogte. We brengen dan toch geluk, misschien.
Onze passage in Durban was maar van korte duur; 's avonds laat aangekomen deden we het rustig aan 's morgens. Langs het strand was een nette, brede boulevard aangelegd die we rustig af slenterden om via het strand terug naar de pier te wandelen waar we lunchten met zicht op de Indische oceaan. Na de lunch vatten we onze laatste etappe samen aan; Drakensberg. Hoe hoger we reden, hoe natter het werd. De bergen verborgen hun schoonheid onder een laken van dichte mist. Ook de volgende dag was de rook nog niet om ons hoofd verdwenen toen we een brakke 4x4 instapten richting Sanipass en Lesotho. Gelukkig gebeurde nu het omgekeerde van de dag ervoor; hoe hoger we reden, hoe meer we van de zon zagen en de mist verdween. Maar mooie verhalen duren niet lang, op de pas zelf was het alweer dicht getrokken en stond er een strakke wind. I wanna love you but I get so blown away.
We bezochten nog een herdersdorp in Lesotho en de gids vertelde honderduit over fauna en flora en de plaatselijke cultuur.
En dan was het eerste moment van afscheid aangebroken. Ik vertrok donderdag, gisteren, naar mijn eerste wwoofadres hier in de bergen. Blijkt dat ik bij een Belg beland. Een Belg met paarden en een kleine permacultuurtuin. Het werk bestaat vooral uit de verzorging van paarden, het begeleiden van horse trails en wat werk in de tuin. Samen met een Frans meisje pas ik de komende twee weken op de boerderij terwijl hij naar België is. Een soort uitwisseling dus. In totaal blijf ik hier drie weken om dan richting het westen te gaan. Mij trip zal dan al halverwege zijn; ik kan niet tot eind januari blijven omdat ik geen visum heb. Namibië bezoeken telt niet als visum verlengen, dus zal ik half januari al moeten terugkomen en Namibië noord laten liggen. Het risico om de toegang tot Zuid-Afrika geweigerd te worden, neem ik liever niet.
Ik zei al dat het eerste afscheid met mijn Nederlandse vriendinnen reeds een feit was, maar niet voor lang. Gisterenavond zagen we elkaar al terug bij een optreden van het drakensberg boys choir. Een honderdtal jongens tussen pakweg 7 en 16 jaar, wit en zwart, verenigd door hun passie voor muziek. Ze brachten zowel klassieke als moderne stukken, solo, ensemble en instrumentaal. De ene met veel show, de ander eerder verlegen. Maar stuk voor stuk knappe prestaties en alles in een swingend Afrikaans jasje. En ook vanavond zie ik mijn vriendinnen al terug op de pizza-avond. Morgen gaan we nog paardrijden samen en dan gaan ze écht verder met hun trip, terwijl ik achterblijf tussen de Belg en Fransen.
Omdat Jamie Lee en Isabelle dezelfde plannen hadden, besloten we om samen verder te gaan. Met twee auto's weliswaar; Desmond en Dutchie. Na Kruger reden we zij aan zij door naar Swaziland waar we nog meer planteneters spotten. Hier mochten we wel gewoon wandelen dus trokken we 's morgens onze trekkies aan en stapten we de zebra's en pumba's tegemoet. Swaziland was alvast een pak groener en heuveligachtiger en we genoten van een stevige wandeling onder de hete zon.
Deze zon gaf ons hoop op een heerlijk relaxed dagje St Lucia; zon, zee en zwembad. Onderweg kwamen we echter al in een onweer terecht en eens aangekomen was het koud en nat. Na regen komt zonneschijn, maar niet in St Lucia. Ook de volgende dag konden we niet rekenen op strandweer dus maakten we maar een boottocht op het meer tussen de nijlpaarden en enkele krokodillen.
Jamie Lee en Isabelle hadden enkele tips meegekregen om dingen te doen en te bezoeken. Een daarvan was het oudste wildpark van Zuid-Afrika waar we hoopten nog een jachtluipaard en een leeuw van dichterbij te spotten. Na een uur kwamen we uit aan de andere kant van het park, niets gezien. Het was het foute park. In allerijl nog naar het juiste gereden maar onze magie zat niet goed en we zagen niet meer dan nóg meer olifanten, giraffen, zebra's, neushoorns (hoezo, uitstervende diersoort?!), impala's en kudu's. We hadden nog een hele rit naar Durban voor de boeg dus moesten we de teleurstelling verdragen en vaart zetten. Onderweg naar Durban trotseerden we nog meer noodweer; je zag geen meter voor ogen. Dat terwijl de Afrikanen maar klagen over aanhoudende droogte. We brengen dan toch geluk, misschien.
Onze passage in Durban was maar van korte duur; 's avonds laat aangekomen deden we het rustig aan 's morgens. Langs het strand was een nette, brede boulevard aangelegd die we rustig af slenterden om via het strand terug naar de pier te wandelen waar we lunchten met zicht op de Indische oceaan. Na de lunch vatten we onze laatste etappe samen aan; Drakensberg. Hoe hoger we reden, hoe natter het werd. De bergen verborgen hun schoonheid onder een laken van dichte mist. Ook de volgende dag was de rook nog niet om ons hoofd verdwenen toen we een brakke 4x4 instapten richting Sanipass en Lesotho. Gelukkig gebeurde nu het omgekeerde van de dag ervoor; hoe hoger we reden, hoe meer we van de zon zagen en de mist verdween. Maar mooie verhalen duren niet lang, op de pas zelf was het alweer dicht getrokken en stond er een strakke wind. I wanna love you but I get so blown away.
We bezochten nog een herdersdorp in Lesotho en de gids vertelde honderduit over fauna en flora en de plaatselijke cultuur.
En dan was het eerste moment van afscheid aangebroken. Ik vertrok donderdag, gisteren, naar mijn eerste wwoofadres hier in de bergen. Blijkt dat ik bij een Belg beland. Een Belg met paarden en een kleine permacultuurtuin. Het werk bestaat vooral uit de verzorging van paarden, het begeleiden van horse trails en wat werk in de tuin. Samen met een Frans meisje pas ik de komende twee weken op de boerderij terwijl hij naar België is. Een soort uitwisseling dus. In totaal blijf ik hier drie weken om dan richting het westen te gaan. Mij trip zal dan al halverwege zijn; ik kan niet tot eind januari blijven omdat ik geen visum heb. Namibië bezoeken telt niet als visum verlengen, dus zal ik half januari al moeten terugkomen en Namibië noord laten liggen. Het risico om de toegang tot Zuid-Afrika geweigerd te worden, neem ik liever niet.
Ik zei al dat het eerste afscheid met mijn Nederlandse vriendinnen reeds een feit was, maar niet voor lang. Gisterenavond zagen we elkaar al terug bij een optreden van het drakensberg boys choir. Een honderdtal jongens tussen pakweg 7 en 16 jaar, wit en zwart, verenigd door hun passie voor muziek. Ze brachten zowel klassieke als moderne stukken, solo, ensemble en instrumentaal. De ene met veel show, de ander eerder verlegen. Maar stuk voor stuk knappe prestaties en alles in een swingend Afrikaans jasje. En ook vanavond zie ik mijn vriendinnen al terug op de pizza-avond. Morgen gaan we nog paardrijden samen en dan gaan ze écht verder met hun trip, terwijl ik achterblijf tussen de Belg en Fransen.
Abonneren op:
Posts (Atom)