vrijdag 23 december 2016

With every sweet hello, there's a bitter goodbye

Zere enkel of niet, ik wou niet bij de pakken blijven zitten dus ging ik op tocht in golden gate. Weliswaar de kortste en gemakkelijkste route. Ik pikkelde door het groene struikgewas langs magnifieke goudkleurige (duh) rotsen. Al wandelend neem je het landschap nog intenser op en ondanks de pijn genoot ik met volle teugen. Het weer in drakensberg is nog steeds even onvoorspelbaar en tegen ik aan het amphitheatre aankwam, zat het alweer verstopt in de wolken. Ik had toch geen tijd, want ik werd bij Hayley en Sasho verwacht voor een macedonisch dinner. Ongeduldig reed ik een van mijn favoriete routes in zuid-Afrika so far: de R74 langs sterkfontein dam. Je valt van de ene verbazing in de andere telkens je om de bocht weer een nieuw landschap kan bewonderen. Mijn welkomstcomite op de boerderij was nog druk in de weer maar desalniettemin bijzonder enthousiast mij terug te zien. Mijn ogen moeten schitterende discoballen geweest zijn bij het terugzien van de mensen, de paarden en het landschap. Hier was het terug mooi weer dus konden we gezellig op het terras eten, en uiteraard drinken. Het was laat en donker toen ik terug naar mijn backpackers reed, maar ik was klaarwakker van de vreugde die mij vervulde. De volgende dag legde ik opnieuw dezelfde weg naar de boerderij af om te gaan paardrijden. Mama Africa stond opgezadeld klaar voor mij en ik vertrok samen met Marie op de korte route - mijn enkel en Marie's paard Siren (dat ze nog aan het trainen was) deden ons voor deze optie kiezen. Ik was vastberaden om nog een laatste keer te genieten van door de velden te galopperen en spoorde Mama aan. Ik vergat mijn enkel en genoot met volle teugen van de snelheid, het ritme, het suizende gras langs het pad. Mama sprong over een tak op de weg, maar ik had haar onder controle - integenstelling tot Marie die alle kanten werd uitgestuurd door Siren. Gelukkig is Marie de betere ruiter en na een rustpauze zetten we weer aan. Siren raasde voorbij met Marie vastgeklampt aan het zadel om er niet afgeslingerd te worden. Wat je moet weten over Mama Africa: ze is het tweede snelste paard en kan het niet goed verdragen om paarden voor haar te zien - ze wordt ofwel lui ofwel wil ze er terug voorbij. Helaas koos ze voor de tweede optie; ze versnelde haar pas zodanig dat ik alle controle en bijgevolg mijn evenwicht verloor. Ik landde pal op mijn onderrug op het harde pad en kon vijf minuten niets anders dan op handen en knieën zitten trillen, terwijl Mama onverschillig stond te grazen naast mij. Tot zover mijn laatste rit bij ushaka horse trails. 's Avonds gingen we met z'n vijven op restaurant; Marie, Estelle (de nieuwe vrijwilliger op de boerderij), Spha, Nathi en ik. Hoewel beide jongens ons steeds gezegd hadden zelden of nooit alcohol te drinken, bestelden ze samen met ons cider. Omdat het een bijzondere avond was - voor het eerst allemaal weer samen. Spha had ondertussen een week in de gevangenis gezeten en vertelde over zijn ervaring aldaar. Het verbaasde me hoe we op 4 weken tijd van vreemden tot zo'n goede vrienden waren geworden. Taxi Katelijne bracht iedereen veilig thuis en zelf moest ik weer een eindje rijden naar inkosana logde, omdat ik niet meer bij Karl mocht overnachten. De volgende ochtend kwamen Estelle en Marie met de fiets naar mij, een hele onderneming daar in de bergen. Afgepeigerd van de klim en onderschatte afstand sprongen ze in de zwemvijver, een perfecte cirkel die uitgeeft op de adembenemende drakensberg. Je zwemt er in een sprookje. We propten de fietsen in Desmond II (er kan meer in een ford fiesta dan je denkt) en reden terug naar de boerderij. Daar haalden we de jongens terug op om naar de langverwachte Zulu-trouw te gaan in een dorpje ergens in de bergen waar nooit blanken komen. We kwamen aan op Afrikaanse tijd en de vrouwen waren al aan het dansen. Omdat de jongens duidelijk toch niet zo overtuigd waren dat iedereen enthousiast zou zijn over hun gezelschap, naderden we stap voor stap terwijl Spha de ouderen aansprak. Het was snikheet - Nathi had een paraplu bij om ons te beschermen tegen de zon. Een oude man, badend in het zweet vanwege de vele, dikke dekens om zijn schouders, begroette ons. Hij sprak enkel Zulu maar het licht in zijn ogen en zijn uitbundige gebaren vertelden ons dat we welkom waren. Hij was de vader van de bruid en droeg de dekens als teken van respect. We mochten de dans van dichtbij gaan bewonderen; vrouwen die om ter hoogst hun benen in de lucht zwieren op het ritme van een drum die wordt aangeslagen met lege plastic flessen. We werden zelfs uitgenodigd om een traditioneel hutje te bezoeken. Ik wurmde me met al mijn mankementen door het lage deurtje en kwam in een donkere rondavel waar het karkas van de koe die de dag ervoor geslacht was naast een eenpersoonsmatras lag. Boven de deur waren botten van diezelfde koe geplaatst die pas na de trouw mochten verwijderd worden als geluksbrenger. Het plafond was pikzwart roet van de vele vuurtjes die binnenshuis gestookt werden. Ik vraag me af hoe vaak ze die rieten daken moeten vervangen. Terug buiten werden stoelen voor ons geïnstalleerd om de ceremonie verder te bewonderen. Een groepje vrouwen, bruid op kop, kwam al zingend en dansend het dorp binnen en maakte een bocht het veld op. Daarna volgden de mannen. Waar de vrouwen erg traditioneel gekleed waren - velen met ontblootte borsten - was er bij de mannen meer afwisseling tussen Nike en rieten outfits. Een had zelfs een plouchen aap om zijn schouders gebonden. Allen droegen wel speer en schild dat ze door de lucht zwaaiden en in de grond spitten. Zo ging het nog een tijdje door, tot we binnen gevraagd werden om te eten. We namen plaats in het typisch Afrikaanse salon en kregen elk een bord met rijst, rundsvlees, pittige saus en rode biet. Onderweg terug naar huis stopten we nog even op de kerstmarkt waar Hayley en Sasho hun heerlijke kazen verkochten. Zuid-Afrika ten voeten uit; op enkele kilometers afstand werden we van de ene wereld in de andere geslingerd. Nu waren het Spha en Nathi die met hun huidskleur uit de toon vielen. Maar wat alle feestjes hier wel gemeen hebben: alcohol en zatte mensen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik op deze witte kerstmarkt toch meer vijandigheid heb ervaren dan in het zwarte dorp; zelfs ik voelde me scheef bekeken om nog maar gewoon om te gaan met zwarten, laat staan wat ze van de zwarten zelf vonden. En daar kwam het Grote Afscheid. Al van 's morgens moest ik mijn tranen bedwingen bij de gedachte alleen dat ik deze plek moest achterlaten, deze mensen. Ik heb hier zoveel geleerd, vooral over mezelf. We hebben zoveel gedeeld en ik ben erg gehecht geraakt aan deze plek, deze momenten. Het is een intens afscheid en als ik de dag erna aan mijn grote rit west begin, komen de tranen meermaals terug. Voor het eerst haat ik rijden in Zuid-Afrika. Ik wil liever blijven.

woensdag 14 december 2016

There and back again

Na de stille oorlog kwam de grote verzoening. Omdat er geen rides geboekt waren, zadelden we vier paarden op en trokken we er samen op uit. Galopperend door de groene velden met op de achtergrond de magnifieke Drakensberge. Deze rit bracht ons voorgoed terug samen; vier vrienden die verhalen delen en samen werken zoals het hoort, samen thee drinken en cake eten. Of pap.
Op maandag zou Karl terug komen. We waren trots op ons werk op de boerderij, alles was vlekkeloos verlopen. Behalve de vergiftigde hond dan, maar ook dat hadden we opgelost. Tot we zaterdagavond een boeltje ongeregelde paarden aantroffen. We waren later dan anders, dus we dachten dat het daar aan lag. Chance en Smeagol waren zoals steeds weer ergens ten velde, maar voor het eerst vonden we ze niet toen we met de lampen de wei afliepen. Die vinden we morgen wel... Helaas zagen we bij daglicht dat er nog twee andere paarden ontbraken en de draad achteraan de wei was door geknipt. Spha en Nathi gingen de hele dag op zoek naar de vier paarden, tevergeefs. Maandagochtend stapten we met z'n vieren heel vroeg de auto in en reden we door de Zulu-dorpen aan de voet van de bergen. Geen enkel spoor van de paarden, en 's avonds kwam Karl terug. Marie en ik waren in shock, niet enkel een afschuwelijk schuldgevoel dat ons bekroop maar ook het gemis van paarden waar we zo aan gehecht waren geraakt. De groep paarden leek plots zo klein geworden. Zoals voorspeld was Karl niet al te happy, maar hij nam ons niets kwalijk, of toch niet openlijk. Zijn terugkomst verstrooide het evenwicht dat wij hadden gevonden. Als je zelf twee weken baasje hebt mogen spelen en alles op jouw manier hebt kunnen doen, is het moeilijk om de echte baas terug te hebben. Bovendien had ik net vernomen dat mijn bobonne, mijn meter, haar laatste adem uitblies. Het was een emotionele week in alle opzichten. Uiteindelijk besloot ik even terug naar België te gaan zodat ik afscheid kon nemen van bobonne en even bij mijn familie kon zijn. Van 35°C bevond ik me 20u later dus plots in 1°C en was ik op reis in eigen land. Het was leuk om even vrienden en familie terug te zien, maar tegelijk enorm uitputtend. Toch bedankt aan allen om mij zo goed op te vangen ;).
Het deed me dan ook deugd om even alleen te zijn en tot rust te komen in Frankfort, Freestate. Naar goede gewoonte - die ik zelfs in België heb aangehouden - ging ik een stevig wandelingetje maken. Net voor terugkomst schoof ik uit op een steil stuk naar beneden en verstuikte mijn enkel. En hier lig ik nu zielig te wezen met een enkel die dubbel zo dik is als anders. Ik ben nu terug in Clarens, waar ik met Marie ook al was geweest maar we in de gietende regen niet veel konden doen. Hoewel de zon scheen vandaag - ondertussen is het alweer beginnen stormen - kon ik ook nu niets doen, behalve met mijn voet omhoog liggen met een pak ijs erop. En dan is alleen reizen niet zo leuk :).
Over dat alleen reizen - veel vrienden vroegen me hoe dat gaat, hoe ik dat kan. Ik had geen antwoord klaar. Er is helemaal geen kunnen aan, het is gewoon een kwestie van te doen. Van los te laten en gewoon doen. Geen moed, geen talent, geen kunnen. Voor mij is het een van de dingen waar ik het meest van geniet, of zelfs nood aan heb. Hoewel ik een sociaal wezen ben, heb ik niet constant mensen rondom mij nodig. Van nature wil ik altijd iedereen gelukkig maken en ga ik op in wat ik denk dat mijn omgeving verwacht. Ik verlies mezelf in de ander. Alleen reizen brengt me terug bij mezelf. Elke dag zelf bepalen waar ik zin in heb, terug leren luisteren naar mijn eigen gevoel. Zelfs al zegt dat gevoel dat ik in de zetel moet blijven liggen en ijs op mijn voet moet leggen. Ik vind rust in het alleen reizen. En maak veel meer nieuwe vrienden. Zeker eens uit te proberen :).

dinsdag 15 november 2016

White women in a black world

Micheal Kiwanuka zingt 'black man in a white white world' maar wij mochten de afgelopen dagen het omgekeerde ervaren. In Senegal had ik al ervaren hoe het bij sommige mannen moeilijk ligt om met een jonge vrouw samen te werken, maar Zuid-Afrika is een ander land met andere gevoeligheden. We, Marie en ik, zijn nu een tiental dagen aan het werk op de boerderij. Naast ons werken hier nog drie mensen: Olpha is de meid, Spha en Nathi verzorgen de paarden, gidsen, doen allerlei klusjes. Karl had ons al verteld dat Zulu's niet luisteren naar vrouwen en dat we niet eens moesten proberen hen aan het werk te krijgen. De eerste week verliep alles echter uitermate vlot; we werkten aangenaam samen en merkten dat we elkaar respecteerden. We waren dan ook erg trots op de manier waarop we hier de boel runnen.
Gisteren was de boerderij echter opgesplitst in twee kampen; de Europeanen en de Zulu's. Wij spraken Frans en zij Zulu, waardoor de kloof enkel vergrootte. De hele dag werd er amper gesproken met elkaar en de blikken die werden uitgewisseld hielden een te snijden spanning in. Elk gebaar leek een provocatie te zijn, een uiting van macht over ons. We voelden ons in het nauw gedreven en wisten niet hoe we met de situatie om moesten. Eerst probeerden we de zachte manier; we vroegen wat de plannen waren voor de dag. Niets. De iets hardere aanpak had als gevolg dat er íets werd gedaan maar niet samen. Tegen elkaar. Het is vervelend om als blanke het juiste evenwicht te vinden; je wil de ander als gelijke behandelen maar je vervalt snel in het klassieke patroon van orders geven en je als meerdere op te stellen. Terwijl Spha en Nathi veel meer ervaring hebben met de paarden,  hebben zij niet het mandaat om hun zin te doen, wij wel. Pas toen in de namiddag de dierenarts kwam om Khaya, een van de paarden, te verzorgen ontdooide de sfeer. De dierenarts, een symbolisch figuur - oude, blanke man die Zulu sprak en kwam voor wat het witte en het zwarte kamp verenigt: de paarden. Onbewust trad hij op als bemiddelaar. 'S avonds spraken we Nathi nog over de dag. Hij vertelde over zijn achtergrond; opgegroeid op een witte boerderij als eigendom van de werkgever. Zowel hij als Spha kwamen al meermaals in aanraking met geweld, hebben al meermaals gevreesd voor hun leven. En dat leven lijkt veel minder waard dan dat van ons. Zij weten dat ze vroeg of laat een kogel door hun lijf krijgen, of in Nathi's geval sterven aan de gevolgen van AIDS. En wij maar bezorgd zijn over het feit dat onze samenwerking niet verliep zoals wij wouden.
Zuid-Afrika is een land van extremen. Opgesplitst tussen zwart en blank. Samenleving kan je het niet noemen - je merkt al snel of je in een blanke of zwarte plaats bent en je weet wanneer je beter door rijdt naar de volgende winkel. Ik check en dubbel check of mijn deuren zeker op slot zijn en voel me ongemakkelijk. Lifters, doorgaans zwarten, laten hun duim naar beneden vanaf ze zien dat er een blanke achter het stuur zit. Winkelbedienden, doorgaans zwarten, bedienen je nors en zonder je aan te kijken, terwijl ze met de vorige (zwarte) klant nog vrolijk zaten praten en lachen. Waar ik in Senegal na een maand het verschil in huidskleur niet meer zag, word ik hier elke dag gewezen op de verschillen. Kwazulu-Natal is net ook wel de provincie waar veel boeren woonden en er volgens mij heel wat littekens van apartheid in het collectieve geheugen zijn gebrand. Maar dat geldt voor het hele land, waarschijnlijk. En dan denk ik: gaan we een nieuwe apartheid tegemoet met Trump als president? Kijk dan toch wat het met dit land heeft gedaan: 22 jaar na de opheffing kan er nog steeds niet samengeleefd worden.
Zuid-Afrika is een land van extremen, ook weerkundig. Na drie jaar droogte, is het eindelijk aan het regenen met overstromingen als gevolg. De ene dag moeten we extra water oppompen omdat de watertank leeg is, de volgende dag geraak je niet weg omdat de rivier overstroomd is. Na de storm van vorige week vrijdag waren de elektriciteitspalen uit de grond gerukt. Ondertussen geraken ze stilaan hersteld - op z'n Afrikaans uiteraard. Klaar om de volgende storm te trotseren en ongetwijfeld opnieuw hersteld te moeten worden. Want storm, dat is hier niet van de poes. Dat is paarse bliksem die recht naar beneden schiet en het hele landschap verlicht, begeleid door een oorverdovende donder die door de bergen lang nazindert. En regen is hier niet van die miezerige, Belgische regen. Dat is een wolk die openbreekt en de rieten daken op de proef stelt. Op een paar minuten tijd kan het hier plots veranderen van een helderblauwe in een donkergrijze hemel, van 30° zakken naar 15°, van zon naar storm.
Zuid-Afrika is een land van verrassingen. Elke dag opnieuw is anders, zelfs hier in de routine van het boerderijleven.

vrijdag 4 november 2016

De avonturen van Dutchie en Desmond

4000 rpm. Dat gaf Desmond geregeld aan op de Afrikaanse wegen en zo gingen ook de voorbije tien dagen voorbij. Na mijn solitaire avonturen in de canyon adopteerde ik twee Nederlandse meiden. Ik gaf ze onderdak in mijn hutje in Kruger en dat werd het begin van vriendschap en 10 dagen samen reizen. Kruger was droog, doods, lelijk. Maar wij als gouden spotterstrio slaagden erin om de big five  meermaals op één dag te spotten. Als kleine kinderen joelden we telkens we een dier zagen, we parkeerden Desmond in een positie voor het beste zicht en de mooiste foto's. Ik heb me uitgeleefd met die camera!
Omdat Jamie Lee en Isabelle dezelfde plannen hadden, besloten we om samen verder te gaan. Met twee auto's weliswaar; Desmond en Dutchie. Na Kruger reden we zij aan zij door naar Swaziland waar we nog meer planteneters spotten. Hier mochten we wel gewoon wandelen dus trokken we 's morgens onze trekkies aan en stapten we de zebra's en pumba's tegemoet. Swaziland was alvast een pak groener en heuveligachtiger en we genoten van een stevige wandeling onder de hete zon.
Deze zon gaf ons hoop op een heerlijk relaxed dagje St Lucia; zon, zee en zwembad. Onderweg kwamen we echter al in een onweer terecht en eens aangekomen was het koud en nat. Na regen komt zonneschijn, maar niet in St Lucia. Ook de volgende dag konden we niet rekenen op strandweer dus maakten we maar een boottocht op het meer tussen de nijlpaarden en enkele krokodillen.
Jamie Lee en Isabelle hadden enkele tips meegekregen om dingen te doen en te bezoeken. Een daarvan was het oudste wildpark van Zuid-Afrika waar we hoopten nog een jachtluipaard en een leeuw van dichterbij te spotten. Na een uur kwamen we uit aan de andere kant van het park, niets gezien. Het was het foute park. In allerijl nog naar het juiste gereden maar onze magie zat niet goed en we zagen niet meer dan nóg meer olifanten, giraffen, zebra's, neushoorns (hoezo, uitstervende diersoort?!), impala's en kudu's. We hadden nog een hele rit naar Durban voor de boeg dus moesten we de teleurstelling verdragen en vaart zetten. Onderweg naar Durban trotseerden we nog meer noodweer; je zag geen meter voor ogen. Dat terwijl de Afrikanen maar klagen over aanhoudende droogte. We brengen dan toch geluk, misschien.
Onze passage in Durban was maar van korte duur; 's avonds laat aangekomen deden we het rustig aan 's morgens. Langs het strand was een nette, brede boulevard aangelegd die we rustig af slenterden om via het strand terug naar de pier te wandelen waar we lunchten met zicht op de Indische oceaan. Na de lunch vatten we onze laatste etappe samen aan; Drakensberg. Hoe hoger we reden, hoe natter het werd. De bergen verborgen hun schoonheid onder een laken van dichte mist. Ook de volgende dag was de rook nog niet om ons hoofd verdwenen toen we een brakke 4x4 instapten richting Sanipass en Lesotho. Gelukkig gebeurde nu het omgekeerde van de dag ervoor; hoe hoger we reden, hoe meer we van de zon zagen en de mist verdween. Maar mooie verhalen duren niet lang, op de pas zelf was het alweer dicht getrokken en stond er een strakke wind. I wanna love you but I get so blown away.
We bezochten nog een herdersdorp in Lesotho en de gids vertelde honderduit over fauna en flora en de plaatselijke cultuur.
En dan was het eerste moment van afscheid aangebroken. Ik vertrok donderdag, gisteren, naar mijn eerste wwoofadres hier in de bergen. Blijkt dat ik bij een Belg beland. Een Belg met paarden en een kleine permacultuurtuin. Het werk bestaat vooral uit de verzorging van paarden, het begeleiden van horse trails en wat werk in de tuin. Samen met een Frans meisje pas ik de komende twee weken op de boerderij terwijl hij naar België is. Een soort uitwisseling dus. In totaal blijf ik hier drie weken om dan richting het westen te gaan. Mij trip zal dan al halverwege zijn; ik kan niet tot eind januari blijven omdat ik geen visum heb. Namibië bezoeken telt niet als visum verlengen, dus zal ik half januari al moeten terugkomen en Namibië noord laten liggen. Het risico om de toegang tot Zuid-Afrika geweigerd te worden, neem ik liever niet.
Ik zei al dat het eerste afscheid met mijn Nederlandse vriendinnen reeds een feit was, maar niet voor lang. Gisterenavond zagen we elkaar al terug bij een optreden van het drakensberg boys choir. Een honderdtal jongens tussen pakweg 7 en 16 jaar, wit en zwart, verenigd door hun passie voor muziek. Ze brachten zowel klassieke als moderne stukken, solo, ensemble en instrumentaal. De ene met veel show, de ander eerder verlegen. Maar stuk voor stuk knappe prestaties en alles in een swingend Afrikaans jasje. En ook vanavond zie ik mijn vriendinnen al terug op de pizza-avond. Morgen gaan we nog paardrijden samen en dan gaan ze écht verder met hun trip, terwijl ik achterblijf tussen de Belg en Fransen.

zondag 23 oktober 2016

Overmoed

Na een geweldige vierdaagse in Magoebaskloof trok ik weer verder alleen op pad. De vier dagen tussen Zuid-Afrikanen hadden mijn batterijen zodanig opgeladen dat ik het allemaal net iets te goed zag zitten.
Over die vier dagen eerst: op woensdag werden we 's morgens vroeg de bakkie ingeladen om naar Makgabeng te rijden. Wat we er precies gingen doen, wist niemand. De trip daarheen was op zich al een avontuur; twee blanke vrouwen onder een slaapzak in een pick-up. Makgabeng is een stukje afgelegen erfgoed waar blijkbaar heel wat platinum onder de grond zit. Momenteel worden er prospecties gedaan om te beginnen ontginnen, tegen de wil van de lokale bevolking in. Onder ons gezelschap bevond zich een politicus en het doel van ons bezoek was dan ook om te kijken wat realistisch was; ontginning tegenhouden, alternatief voor de regio vinden? Het stukje land is erfgoed omdat er nog heel wat rotsschilderingen te vinden zijn van de san en andere stammen die tot 5000 jaar oud zijn. De gids nam ons mee van kunstwerk naar kunstwerk en vertelde verhalen die je als gewone toerist nooit te horen krijgt. Normaal zouden we in de semi-woestijn blijven kamperen, maar dan zou ik donderdag Andri niet meer zien, dus keerden we 's avonds moe maar voldaan terug. Donderdag was mijn laatste dag Magoebaskloof, en bij wijze van afscheid ontstond er 's avonds een spontaan feestje. Braai, veel drank, veel sigaretten. Alcohol en tabak zijn duidelijk big business in Zuid-Afrika. Met een stevige kater reed ik voor vertrek nog even langs bij Becca, haar ouders hebben een farm ergens buiten Haenertsburg, met brouwerij en trouwzaal. Prachtig stukje land, geweldige locatie en overheerlijk bier. Zwakala won dit jaar zelfs de prijs voor beste bier van het land.
Mijn route liep vervolgens door bergen en groene heuvels, langs de Blyde canyon naar Graskop. De landschappen blijven hier zodanig veranderen dat je je afvraagt of je wel nog in hetzelfde land bent.
Omdat je vanuit de auto wel heel veel ziet, maar heel vluchtig, trok ik gisteren mijn 'trekkies' aan en daalde de canyon af naar de rivier. Overmoedig, omdat het wandelpad een stuk zwaarder was dan verwacht en ik gedurende vier uur enkel vliegen, krekels en salamanders tegenkwam. De paden zijn hier op zich wel heel duidelijk aangegeven maar in een moment van paniek - het begon dan ook nog eens te donderen - was ik al mijn gevoel voor oriëntatie kwijt. Een wandelpad in Afrika mag je gerust met een korrel zout nemen; ik vond mezelf klauterend op een rotswand en rivieren oversteken doe je hier over een smalle boomstronk. Ik denk dat ik voor mijn volgende hike toch maar compagnie opzoek. Maar het was absoluut de moeite! Het uitzicht, de natuur, de stilte, ... Ergens tegen het einde rook ik duidelijk dieren. Omdat ik de Leopard trail volgde, bonsde mijn hart al in mijn keel (ook wel van de stijle klim). Ik wil gerust een luipaard zien, maar liefst vanuit mijn veilige wagen. Daar stond ik dan plots oog in oog met Bambi. Het was Bambi maar, maar nog nooit heb ik er eentje van zo dichtbij en zo lang kunnen bewonderen.
Op de terugweg besloot ik een andere weg te nemen. Die langs de canyon had ik al twee keer gedaan en zal ik nog een paar keer doen. Het werd me al snel duidelijk dat ik de afstanden hier nog niet zo goed kan inschatten. Het was al enigszins aan het schemeren bij vertrek en een halfuur later bevond ik mij ergens op een slingerende weg tussen de bergen, potholes ontwijkend in de pikkedonker. Op van de stress kwam ik een uur later terug aan in Graskop om te zien dat de winkel al dicht was en ik mijn welverdiende glaasje wijn op mijn buik kon schrijven.
Vandaag en morgen ga ik hier op het gemak de buurt verder verkennen om dinsdagochtend heel vroeg Kruger binnen te rijden. Daarna ga ik via Swaziland naar Saint-Lucia (zee!) en van daaruit terug de bergen in. Alles onder voorbehoud; hoewel ik zelf niet te veel wou plannen, helpen de Afrikanen mij er zeker in door niets te kúnnen plannen. Financieel gezien wordt het dringend tijd om te gaan wwoofen; goedkoop is het hier allesbehalve en voor letterlijk álles vragen ze hier geld. De heerlijk warme zon maakt veel goed...

maandag 17 oktober 2016

On the road, at last

Hoewel deze blog 'on the road' heet, is dit mijn eerste échte roadtrip. Daarvoor had ik zelf geen rijbewijs en was ik steeds afhankelijk van andere chauffeurs. Dat is anders nu; vanmorgen ontmoette ik Desmond Tutut, my companion to freedom voor de komende maanden. Desmond is iets kleiner en witter uitgevallen dan verwacht, en heeft het wat moeilijk met bergop, maar desondanks vormen we vanaf dag 1 een uitstekend team op de Zuid-Afrikaanse wegen. Mijn eerste rit bracht me van Johannesburg naar Haenertsburg, Magoebaskloof. De hele weg zag ik dorre vlaktes aan me voorbij gaan met vooral bush, hier en daar een paars bloesemende boom en in de verte wat bergtoppen/heuvels (ik heb geen idee op welke hoogte ik me bevind). Er was mij nochtans veel groen beloofd (Else!). Net op het moment dat ik me afvroeg of de droogte dan toch zo ernstig was - het heeft hier blijkbaar nog niet genoeg geregend voor de tijd van het jaar - veranderde het landschap prompt. En hier zit ik nu, in een stukje Afrika dat helemaal niet als Afrika voelt. Via een vriendin van Else kan ik bij Katie verblijven in een groot, net huis omgeven door een perfect onderhouden tuin. Er is nog steeds een poort vooraan de oprit, maar de metershoge hekken van Johannesburg zijn hier niet meer te bespeuren. Propably the safest place in South-Africa. Enkel hotels worden af en toe overvallen, dus ik zit veilig.
Mijn onzekerheid en twijfels van de eerste dagen hebben plaats gemaakt voor het voluit genieten en dankbaar zijn voor deze ontmoetingen. In Johannesburg maakte ik al kennis met twee Parisiennes waar ik twee dagen mee optrok. Mensen in dezelfde situatie (Maité was net ontslagen en besloot met haar ontslagvergoeding de wijde wereld in te trekken - die van haar was wel wat hoger want ze trekt letterlijk de wijde wereld in, niet enkel Zuid-Afrika), met dezelfde ideeën, dezelfde vragen, dezelfde dagelijkse struggles. En ook vanavond met Katie en Karlien gaat alles zo vanzelfsprekend en kan ik niet anders dan geboeid luisteren naar hun verhalen en gedachten.
Toen ik aanbood de afwas te doen werd ik wel voor gek verklaard. "Dat is voor Annika morgen". Annika is de inwonende, zwarte maid. Misschien verschilt het principe niet zoveel van een kuisvrouw, en toch voelt het voor mij in deze context zo koloniaal. Maar ik heb braaf de afwas op het aanrecht laten staan...
Hier blijf ik misschien wel enkele dagen. Katie is net afgestudeerd en heeft niet bijzonder veel om handen. Ze is blij met wat gezelschap en had al heel wat ideeën over wat we kunnen doen. Hier in de buurt is ook een boerderij waar ik misschien al eens kan pre-wwoofen in afwachting van het echte werk. Tegen het einde van de week wil ik sowieso naar Kruger. En de rest zien we wel :).

vrijdag 14 oktober 2016

Afrika, maar anders

Het is alweer een kleine vijf jaar geleden sinds ik me op dit continent begaf. Dat was mijn vierde en laatste keer Senegal; ik had het gehad met Afrika. Het constant aangesproken worden, het vuil, het anderszijn, het enorme cultuurverschil, ... Maar Senegal is slechts één land: op basis van mijn ervaring daar mag ik geen heel continent ditchen. Mijn eerste uren zuid-Afrika haalden alvast wat herinneringen op. Constant aangesproken worden, chaos, bureaucratie, ... Vuil kan ik het hier niet noemen, al denk ik dat ik na India niets meer vuil vind.
Op het vliegtuig ontmoette ik mijn tweede zuid-Afrikaan (de eerste is Stephan). We raakten aan de praat maar na een halfuur had ik het gehad. Nog 9 uur te gaan. Een hele vlucht heeft hij geen goed woord over zijn land gezegd; enkel gevaar, corruptie, criminaliteit, ... Ik was gek dat ik er alleen ging reizen. Vanmorgen was ik dan ook erg dankbaar dat hij mij een lift naar de hostel aanbood. Al werd ik meteen achterdochtig na al zijn doemscenario's. Het was toch met een bang hart dat ik voor het eerst alleen de straat opliep. Als het lastigvallen blijft bij "hey miss, pretty lady, beautiful woman" kan ik er mee leven. Mijn uitje leidde naar het shopping center. Vijf banken later had ik eindelijk mijn euro's gewisseld tegen een erbarmelijke koers en drie winkels later had ik een opgeladen sim-kaart. Op z'n Afrikaans. Hoewel ik zo'n shopping center enkel in westerse landen plaats.
En nu lig ik uitgeteld op bed, een poging te doen om mijn komende dagen wat Vorm te geven. Ook WWOOF is hier Afrikaans, dus nog niet voor meteen.
Misschien nog een belangrijk bericht: ik heb geen plan. Nu niet, morgen niet, volgende maand niet. Ik heb nooit een plan. Enkel veel ideeën. Levend in een wereld waar alles volgens plan moet gebeuren is dat moeilijk. Daarom heb ik van tijd tot tijd nood om er even tussenuit te trekken. Om even geen plan te moeten hebben en gewoon te zien hoe het loopt, hoe het voelt. Het heeft dus weinig zin om te blijven vragen wat ik ga doen wanneer en hoe lang. Je leest het hier als het gedaan is. Je doet mij er veel plezier mee om daar genoegen mee te nemen. Na de afgelopen jaren te rennen, kies ik nu even om te strompelen.

vrijdag 23 september 2016

Zuid-Afrika lonkt

Mijn avonturen down under liggen reeds vijf jaar achter mij. Vijf jaar van wikken en wegen, zoeken en overwegen. Zoeken naar rust in België, overwegen om te doen zoals iedereen; een standaard leven uitbouwen. Doen wat ik dacht dat van mij verwacht werd. De gehoopte rust vond ik echter niet, in tegendeel. De vier muren die ik rond mijn zijn heb opgetrokken maken me zenuwachtig, des te nieuwsgieriger om te weten wat er zich achter die muren afspeelt. Structuur is duidelijk niet aan mij besteed. En nu mijn externe structuren wegvallen, is het tijd om mezelf de ruimte te geven waar ik zo naar snak; Zuid-Afrika!
Al van kindsbeen heb ik een soort obsessie met het land. Ik weet er quasi niets over, en toch oefent het al 29 jaar een onverklaarbare aantrekkingskracht op me uit. Zeker nu zoveel mensen dolenthousiast terug komen van een prachtige reis, kan ik niet achter blijven. Nu ik voor mezelf een tijd van bezinning inlas, leek het mij ideaal om dit onder de Zuid-Afrikaanse zon te doen.
Op 13 oktober vat ik mijn tocht aan en op 28 januari land ik terug op Belgische bodem. Wat er in tussentijd gebeurt is me nog een raadsel. Maar je zal het vanaf die dag hier kunnen lezen. Het plan is hetzelfde als Nieuw-Zeeland; wwoofen, rondtrekken, ontmoeten, genieten. Ik heb er zin in!